Welkom in het Lost & Found archief. Sinds 1997 heeft Lost & Found meer dan 200 avonden voor verdwaalde beelden en geluiden samengesteld. Kunstenaars, schrijvers, wetenschappers en muzikanten laten werk in ontwikkeling zien, experimenteren of tonen werk dat (nog) niet in hun oeuvre past. Een specifiek en uniek podium voor divers en hybride werk dat in een museaal circuit geen plaats heeft.

Lost & Found

Theatrum Anatomicum

03–07–2009

ontwerper
Kaleb de Groot

redactie
Katja Mater
Julia van Mourik
Constant Dullaart

Sponsors
Robstolk
Amsterdam Fund for the Arts
Mondriaan Foundation
Waag Society

verslag

Esma Moukhtar

Bij binnenkomst via de wenteltrap van De Waag is er zoals altijd al iets bezig nog voor het echt begonnen lijkt. Ditmaal projecties van tekeningen, sculpturen en collages: onder de term draw- sculpture- of collage jockeyen transformeert de jockey het ene beeld naar het volgende in een lange reeks.
Een DJ die ook fotografe is, zangeres en dichteres, van wie net een roman is uitgegeven, zit achter een tafel bezaaid met CD’s naast het projectiescherm. Achterin zit een team aan een lange tafel met laptops en andere apparatuur.
De vaste barman staat half gebukt achter zijn poppenkastkleine barretje en schenkt naast bier en wijn ook altijd gin-tonic met gratis pretzelsticks.
Wij scharrelen wat beneden bij de ingang, rokend, of boven bij de bar, drinkend, totdat iemand roept dat het nu echt gaat beginnen.

lees verder

Het begint. (Na aanvang of pauze klapt de deur een tijdje lekker hard, waardoor flarden van teksten soms overstemd worden, zoals ook omvallende flesjes dat zo mooi kunnen.) We hebben op basis van de uitnodiging slechts een vaag idee van wat er komen gaat.
Julia van Mourik heet ons welkom en vertelt dat het programma uit acht audiovisuele presentaties van kunstenaars, filmmakers en fotografen bestaat.

voor de pauze:

Een beeldend kunstenaar vertelt dat hij regelmatig een merkwaardige man zijn pitbull zag uitlaten en volgde hem. De man bleek miljonair te zijn geworden met de productie van clownsneuzen. Op het projectiescherm verschijnen foto’s van zijn huis, een tempel vol onwaarschijnlijke, bij elkaar verzamelde kitsch. Een exacte replica van deze villa heeft hij in Marbella, inclusief dubbelgangers van interieur en alles erin, maar daar komt hij zelden. Behalve, neus, schmink en grijns heeft hij zelf ook iets weg van een clown. Een somber soort clown, die met een consequente, wezenloze en tegelijk amechtige blik de camera in kijkt, half naakt hangend op een bed of over een tafel, of staand in zwembroek op slippers in een woonvertrek dat veel weg heeft van een aquarium.
Dat de kunstenaar door de man in zijn resort is toegelaten is wonderlijk. Iemand met twee identieke huizen en een clownsneus-imperium, die zijn ene huis zelden verlaat en er bovendien een panic-room op nahoudt, vertrouwt niemand. Toch toont hij zich gelaten, op een haar na in zijn paradijskostuum.
De mensen die figureren in de foto’s gemaakt van een watersnoodramp zijn nog onbekend met het fenomeen ‘fotograaf’, maar ze verdringen zich binnen het beeld, zodat ze er maar mooi op staan. Het laat zien hoe, naar aanleiding van een ramp de eerste documentaire fotografie ontstond en hoe die ook vroege vormen van ‘sociale fotografie’ genereerde. Het nemen van een enkele foto was vanwege de enorme bewerkelijkheid toen, een performance op zich.
Een Nederlandse speelfilm-cameraman deed onderzoek naar de foto’s die er rond 1916 zijn gemaakt, tijdens de overstroming van het noordelijke gebied van Amsterdam en ontdekte hoe verfijnd deze journalistieke beelden zijn. Je ziet een (onbedoelde) Monnik aan zee van Caspar David Friedrich en nog zoveel schilderachtige composities. Je realiseert je dat die vroege fotografen ook kunstenaars waren, soms misschien zonder het te weten en gevoel voor compositie hadden zoals oude schilders. Ze bootsen niks na; ze doen hetzelfde, op hun manier. Een nieuw medium of een onderwerp als watersnood opent blijkbaar mogelijkheden. Je ziet het. En de cameraman gaat er een boek over maken.
Dat zo’n archief zoveel jaar later voor ons ontsloten wordt, geeft je tijdelijk het gevoel dat het allemaal misschien nog wel steeds onder water staat – dat je over al dat water heen hebt gekeken.
Een ander obscuur ‘archief’ duikt op onder de camera die boven de tafel achterin de zaal hangt: foto’s en brieven die destijds zijn achtergelaten bij het monument op de Dam. Ze memoreerden de politicus Pim Fortuyn, kort na de aanslag die op hem was gepleegd. Iemand slaagde er in om een hoeveelheid van die betuigingen bij elkaar te rapen en snelde, voor de politie uit, ermee weg.
Naast de briefjes en foto’s met opschrift die worden geprojecteerd, wordt een lange brief vol hakkelende hartenkreten voorgelezen. Je ziet en hoort hoeveel variaties op hetzelfde mogelijk zijn. De vermoorde vertegenwoordiger van een of ander volk had zoveel kunnen waarmaken maar het mocht niet zo zijn en wat een verdriet heeft de brievenschrijver nu. De clownsneus op het portret van de held ontbreekt nog.
Sinds Google Street View bestaat, maken sommigen zich er druk over dat ze toch herkenbaar worden afgebeeld, terwijl Google er alles aan doet om ons wazig te maken. In de straat Sampsonia Way, in de VS, in Pittsburgh, werden performances gepland zodat als de Google auto langskomt om foto’s te maken, ze duidelijk herkenbaar in het straatbeeld worden opgenomen. Een clubje uitgedoste types, een rij liggend in een portiek, hangend op de stoep of aan de dakgoot, enz. Het zou zich allemaal toevallig hebben kunnen voordoen, net op die plek en die tijd. Street with a View, zoals het project heet, is een even georganiseerde als vluchtige vorm van art in public space die uiteindelijk haar sporen nalaat op het internet, waar zij pas opduikt wanneer iemand Samsonia Way opzoekt. Julia belt live met Pittsburgh om de initiator van Street with a View te horen te krijgen over zijn project. Hij loodst ons via de telefoon langs de verschillende performances door de straat.
Voor de pauze komt de fotografe/DJ/dichteres achter haar tafel vandaan. Ze staat stevig achter de microfoon, en leest rythmisch, op haast bezwerende toon de playlist van vanavond voor. De naar het Nederlands vertaalde titels van Michael Jackson klinken als lyrische poëzie.

pauze:

Waarin laatkomers reeds aanwezige bekenden begroeten, rokers de trap weer afdalen en zich rond de ingang ophouden; drinkers zich verdringen voor de poppenkastbar en een enkeling probeert uit het raam hangend te roken, maar dat mag dus niet. 

na de pauze:

Na de pauze volgt een duizelingwekkende aflevering van GTST. Een hilarische tautologie van ‘personages’ die naar zichzelf verwijzen: de regisseuse voerde een aflevering van de serie opnieuw uit en speelde alle rollen zelf. Daarvoor gebruikte ze alleen de geluidsopname – de aflevering zelf heeft ze nooit gezien. De ‘actrice’, die niet onderdoet voor de originele cast en soms meesterlijk onherkenbaar is als zichzelf, beweert niks te hebben verzonnen en toch zie je vooral Slechte Tijden, waarin dronkenschap, bedrog, frustratie, geweld en ziekte over elkaar heen buitelen. De hoeveelheid bierflesjes die onder onze stoelen omvallen is niet meer te tellen en uitgeput door zoveel drama heb je voor jaren genoeg aan soap gehad.
Er stond ook ‘iets met hypnose’ op het programma, maar een man met een capje en/of baard en indringende blik zien we niet. We weten ook maar weinig van hypnose, legt de kunstenaar uit die door Julia naar voren is gehaald. We denken aan shows waarin mensen tot onmogelijke dingen in staat zouden zijn, maar dat zijn shows. Met allerlei trucs kun je mensen inderdaad manipuleren en aanzetten tot gedrag waarvan ze niet wisten dat ze het in zich hadden. Daar gaat het hem niet om. Hij zet hypnose in, via een hypnotherapeut, om een herinnering aan een niet bestaand kunstwerk zorgvuldig op te bouwen. Door het onderbewuste, of subliminale, aan te spreken, is de persoon die het ondergaat zich van het proces niet bewust, maar zal zich achteraf een kunstwerk herinneren dat tijdens de hypnose is geconstrueerd en gelanteerd.
Dit proces verschilt in wezen niet veel van hoe een kunstenaar doorgaans tot een beeld komt: je put uit herinneringen, die deels collectief zijn en via een proces van assemblage/collage ontstaat een werk. In die zin vormt het hypnose-kunstwerk een soort ‘objectivering’ of ‘externalisering’ via het hoofd van een ander, van wat zich afspeelt wanneer we creëeren.
Wanneer de kunstenaar, met zijn hypno-assistent, jouw onderbewustzijn binnendringt, heeft hij de mogelijkheid om grenzen op te zoeken en over de jouwe heen te gaan. Daarvoor is hij kunstenaar, zegt hij. Zijn therapeut heeft daarbij dan juist last van zijn beroepsethiek. Enfin. Tijdens een volgende Lost & Found hopen we hem aan het werk te zien. Wie zich wil aanmelden als proefpersoon kan zich alvast aanmelden, op eigen risico.
Bij wijze van klap op vuurpijl verschanst een expert in pyrotechniek zich in het donker. Hij heeft net verteld dat bepaalde effecten worden gebruikt om een show of rockconcert een hoogtepunt te bezorgen, met name in het metal genre. Wij krijgen meteen de hoogtepunten, zonder show eromheen. Hij kondigt kalm de naam en het gebruik van een of andere techniek aan, terwijl wij in het pikdonker afwachten. Er explodeert iets, je weet niet of je eerst het licht ziet en dan de knal hoort of andersom en het effect is dat enkelen zowat van hun stoel vallen. Bij elke volgende ‘techniek’ is, ondanks de aankondiging, het effect niet minder. Zomaar vanuit het niets iets oorverdovends, wordt de zaal even in lichterlaaie gezet en valt er daarna iets in gruzelementen op de vloer. Vuurwerk zonder vuur. Niet na te vertellen, maar well demonstrated.

sluit